 |
 |
 |
| |
Mijn naam is Robin. Ik heb zoals iedereen tegenwoordig een druk leven. Twee baantjes, een full-time opleiding en heel veel hobby's.
Het tweede eerste jaar zit er alweer op. Volgend jaar begint mijn derde eerste jaar. Deze keer weer in Utrecht, maar wel een andere opleiding. Ik begin inmiddels het imago van een studiehopper te krijgen... Wat zal het dit jaar worden?!
Volgend schooljaar zal ik te vinden zijn op de Uithof in Utrecht. De Hogeschool biedt namelijk de leraren- opleiding Nederlands aan! Het begin van weer iets nieuws. Het eind van de eindeloze uren achter de bar in Bergambacht en tevens het einde van een aantal keren les geven aan een lieve, maar praatgrage vrouw. Het begin van een nieuwe baan, in een discotheek, maar nog steeds werkzaam bij de plus.
Er zijn ook dingen hetzelfde gebleven, zo ben ik namelijk nog steeds gelukkig met Martijn en zit ik nog steeds bij muziekvereniging Excelsior. Sporten doe ik ook nog steeds en boeken zat die ik nog wil lezen. Mijn schilderijen worden langzaam maar zeker talrijker en schrijven doe ik ook steeds! gelukkig.... jaaaa gelukkig!
Robin.
 |
Na een aantal maanden zijn we weer wat wijzer geworden. Inmiddels heb ik al een half jaar stage gelopen op de middelbare school waar ik vroeger zelf ook mijn leerboeken verslond. Het was heel leerzaam en intimiderend. Hoezeer ik er graag over wil vertellen, schrijf ik toch iets anders. Het liefst zou ik nu iets dromerigs op schrijven over mijn laatste werkbezoek aan discotheek Seasons, maar de inspiratie ontbreekt en probeer ik het in kleine deeltjes op post-it’s te schrijven. Wat voor verhaal wordt het dan? Tja, ik heb nu gewoon behoefte om mijn zinloze hersenspinsels op papier te zetten. Niet echt, dat bestaat al bijna niet meer. (Laten we zeggen dat ik nu aan het vloeken ben in mijn eigen kerk…)
Een aantal weken geleden benaderde ik de plaatstelijke dokter. ‘’ Dokter, ik weet niet wat ik met mezelf aanmoet.” Het kon geen kwaad om even met een onafhankelijk, maar deskundig persoon te praten over mijn probleempjes. Ik vertelde alles, van mijn jeugd tot nu. (Lach maar) Ik vertelde dat ik niet lekker in mijn vel zat, omdat er al zoveel mislukt was in mijn leven en ik nu eigenlijk nergens zin meer in had. Meneer kwam al snel met een conclusie. Een vorm van faalangst die met behulp van een zielenknijper wel te behandelen valt. Oké, goed. En nu?
Eerst volgden er een paar gesprekken met de dokter zelf. ‘’ Dokter, ik voel me niet goed. Iedereen ziet mij als een mislukkeling. Ik zie mezelf als een mislukkeling!’’ De nodige waterlanders natuurlijk. Verschrikkelijk, als er iemand weer eens in tranen uitbarst omdat ze het weer eens verknalt hebben. Eigen schuld, had je maar wat moeten doen toen het nog kon. De dokter was echter de enige die me iets vertelde wat ik eigenlijk niet verwachtte, in plaats van de normale preek: ‘’ Robin, je bent onverantwoordelijk, je denkt alleen maar aan anderen en ga goddomme eens wat doen.’’ Kwam er een verhaal uit die hij moeiteloos uit zijn hoofd leek te kennen. Nadat ik hem had verteld over mijn jeugd… (ik weet… dat ik niet oud ben, laat me) zei hij dat mijn topjaren over waren en dat ik steeds dieper in een dal belandde. Drie keer raden vanaf welke periode dat is!
Mijn middelbare school periode was de top periode, zoals meneer wil beweren. Na het behalen van mijn diploma ging het bergafwaarts. Nieuwe school, nieuwe klasgenoten, nieuwe leraren, nieuwe leer methoden, nieuwe stad, een nieuw begin. Vier nieuwe beginnen…
Hoe kom ik ervan af?
Ik roep de hulp op van alle leerlingen die in A6a zaten in het schooljaar van 2006-2007. Kunnen we niet allemaal dezelfde opleiding doen?! I like the things they were before…
De maand december als de meest confronterende maand van allemaal.
Voor mij betekent december financiële achteruitgang, romantiek, familie, shoppen, eten en natuurlijk de jaarwisseling. Dit jaar betekent het ook een hoop gezeik.
Deze december heb ik mijn hart gelucht. Ik heb verteld wat er op mijn schouders lag: tegen mijn moeder als geldschieter van mijn studie en tegen Martijn over de gevolgen van ‘the break-up’ (not as it should be.) Deze december heb ik voor het eerst voor de klas gestaan als docent. Ik mocht mijn kennis delen met de leerlingen uit de brugklassen. Deze december stond ik als docent op het kerstbal van de middelbare school waar ik zelf op heb gezeten. Deze december heb ik gezien dat de populaire meiden blijven bestaan, tegenover de ‘normale categorie vrouwen’ en de nerds. Ik heb ik langste scholier gezien, die ik in mijn jaren op de middelbare school ook had, en ik ben in Rotterdam geweest voor de jaarwisseling.
Tegen mijn moeder heb ik moeten zeggen dat ik school niet leuk vind, dat ik het liefst heel de dag aan het werk ben, of dingen voor mensen aan het regelen ben, dan dat ik naar school ga. Tegen Martijn heb ik moeten zeggen dat ik op een ander verliefd ben geworden en tegen mezelf heb ik moeten zeggen dat er iets moet veranderen. Mijn houding, mijn motivatie, inspiratie en eetpatroon.
Het gaat niet zoals ik gepland had. Verrassing! Het had een romantische kerst moeten worden, zonder dat ik Martijn in de grootste onzekerheid bracht. Het zou een geweldig schooljaar moeten zijn, omdat ik op het HBO eindelijk mijn capaciteiten zou kunnen tonen en voor de klas als leraar zou ik eigenlijk gewoon tegen de kinderen moeten zeggen dat keuzes maken over hun eigen leven op die leeftijd geen belangrijke keuzes zijn, want ik voel me als ‘mevrouw Staal’ een stuk ouder. Een stuk ouder, met meer problemen. Ik wil terug naar de middelbare school! Ik moet normaal gaan doen!
Ik loop ook maar te zeuren over alles, maar eigenlijk moet iets of iemand me wakker schudden. Dit is natuurlijk wel geprobeerd, zonder succes. Zelfs mijn vader wordt er moedeloos van, maar zelfs hij weet geen oplossing en als er één man is, waar ik liever wel naar luister, omdat hij hele grote handen heeft en heel hard voor mijn werkt, dan is het mijn vader. Mijn moeder weet me al helemaal niet te motiveren, zij ziet mij als een lusteloos en nutteloos lui persoon. Daar heeft ze deels gelijk in. Eigenlijk wil ik dolgraag iets voor mezelf bereiken. Diploma halen, baan zoeken etc, maar hoe graag ik ook wil, er gebeurt niks. Daar ga ik weer… zeur, zeur.
Gadver, ik weet ook wel dat het aan mij ligt, tien punten voor degene met de juiste tips. Over tip gesproken...In club Babbels (Schoonhoven) zijn de laatste tijd weinig mensen te vinden. Waar het aan ligt mag Joost weten. Is er sprake van een generatiekloof, is de muziek niet goed, is de entree te hoog, vinden ze twee euro voor een pils te duur? Alleen met grote feesten als ‘One Louder’ staat het stampvol met dampende studenten en scholieren. Ik vind het leuk om achter de bar te staan, maar dan wil ik wel elke week achter de bar, zodat er zich ook een normaal inkomen kan vormen. Nu sta ik hooguit één keer in de maand achter de bar… Als het druk is, dan zijn er trouwens weer te weinig mensen. Gelukkig hebben we de plus nog. Als die- hard bij plus Rechtuyt heb ik eindelijk iets gezegd van mijn loon. Ik zat… al anderhalf jaar, een loonschaal te laag. Dus ondanks de geldcrisis in mijn kerstportemonnee, krijg ik wel geld terug en krijg ik meer betaald. Hoera.
Ik stop ermee, ik denk dat als ik nog meer ga vertellen dat er ook meer mensen afhaken… en echt, ik wil jullie niet ontmoedigen! Je weet pas of het leven hard is, als je je tanden erin zet. Plus, wat ik vertel wordt steeds warriger, de samenhang is ver te zoeken.
Sinds ik Nederlands studeer durf ik niks meer op deze site te zetten…
Natuurlijk een slecht excuus, maar ik let er toch op. Het is frustrerend steeds opnieuw mijn eigen teksten door te lezen op zoek naar die ene domme fout, terwijl de teksten die ik hiervoor schreef vol staan met stijl, typ en schrijffouten. Natuurlijk leren we allemaal van fouten al dan niet de onze. Desalniettemin zal ik dan nu toch een stukje schrijven over de gang van zaken. Laten we zeggen dat ik een klein beetje nalatig ben geweest.
Het gaat moeizaam, maar eigenlijk mag ik niet klagen. Het is eigenlijk wel leuk op school en tussen Martijn en mij gaat het ook goed. Wel heb ik te maken gehad met wat ups and downs. Martijn is vaak weg en zelf ben ik ook best wel druk. Het is moeilijk om te accepteren dat ik hem niet vaak zie. Om me heen zie ik stelletjes die samen naar concerten gaan, die samen op stap gaan naar een ‘big city’ en die gewoon graag samen thuis op de bank hangen. Nu wil ik niet toegeven dat ik graag bij de conventionele mens hoor, maar toch is het zo. Deze veel te gewone gang van zaken is iets wat iedereen aanspreekt. Niet te veel afwijken van de rest en lekker net zo hard meedoen. Gelukkig kan ik wel mijn hart luchten bij Martijn.
Op school, om jullie ook maar even op de hoogte te houden van mijn educatie… gaat het ook goed. Ondanks het feit we nog maar drie weken bezig zijn, kan ik zeggen dat ik ook hier mijn draai wel kan vinden. De hogeschool is wel meer gelijk aan de middelbare school, maar het is minder drukkend dan de Universiteit, waar ik ook twee jaar heb gezeten. Je zit weer in normale klaslokalen in plaats van collegezalen en de docenten begeleiden je de hele les door in plaats van dat je de hele lange uren luisterend moet uitzitten. Er zijn grote verschillen, maar ook kleine. Zo is de organisatie niet altijd goed geregeld, of zijn er ook introductie dagen. Het enige wat ik wel een klein beetje mis, is de binnenstad. De hogeschool zit op de Uithof in Utrecht, terwijl ik vorig jaar nog vlak bij de dom naar college ging.
In mijn vrije tijd doe ik nog steeds dezelfde dingen als een paar jaar geleden, zoals slagwerkinstrumenten bespelen bij de Melody Percussion Band en ik sport er ook nog steeds op los. Alles gaat zijn gangetje, al moet ik wel een klein beetje op mezelf letten. Ik heb nogal de neiging om terug te vallen in een van mijn slechte gewoontes, namelijk te veel werken. Zo meteen heb ik een sollicitatie gesprek in Stolwijk, bij een benzinestation. Je zou denken dat het een saai baantje is, maar ik denk dat het geen kwaad kan even te horen wat het betaalt en wat de werkzaam heden zijn die daar uitgevoerd moeten worden. Natuurlijk kan het ook geen kwaad een beetje wegwijs te worden in de autowereld. Zo moet ik natuurlijk het een en ander weten over olie, ruitenvloeistof en de juiste sponzen voor het wassen van de auto’s… Goed dit laat ik jullie nog wel weten, misschien is het wel een gruwelijk baantje met vervelende chauffeurs en irritante rij-instructeurs.
In ieder geval, ik ben terug met nieuwe verhalen en gedichten. Komen jullie weer lezen?
Twee lichamen,
lichamen
met de aantrekkingskracht
van duizend en een tegenpolen
Als de noordwijzende naald van het kompas.
De aanraking,
streling,
beroering
van de warmte
als de eerste lauwe regendruppel
die de voorverwarmde aarde
met een oogverblindende
uitbarsting
raakt.
70
Hij liep naar binnen, zij bleef staan. Bijna iedereen was er al. Kijk al die gezichten nou toch! De een ziet er nog slaperiger uit dan de ander! Ik voelde me ook nog niet heel wakker, maar ik waagde me niet aan de koffie. Hij kwam terug met zijn koffie en dronk die trots op. Ondertussen maakten we plannen voor de heenweg. Zo zouden er vier personen in zijn auto stappen en moest de koeldoos ook mee. Ik stapte ook bij hem in de auto, samen met twee anderen en natuurlijk de bestuurder. Het zwarte aanhangsel van de koeldoos werd in de aansteker van de auto geduwd, opdat de Panorama koel zou blijven en wat eronder lag. Hij en de andere achterbankzitter wurmden zich in de driedeurs en maakten hun gordel vast.
De bestuurder besloot zich netjes aan de verkeersregels te houden met het idee dat hij verantwoordelijk was voor de drie andere inzittenden, toch voelde de reis aan als een gewaagd avontuur. Met de Panorama inmiddels bevrijdt uit de minikoelkast was het even stil op de achterbank. Met hun kijkend naar de naakte lijven van veel te volle vrouwen waren de bestuurder en ik ook even rustig. Na wat kunst en vliegwerk door de bochten kwamen we aan in Uithoorn.
De dobberende vletten lagen in de Amstel te wachten op de bemanning en het tuig. De vletten werden opgetuigd als een paard ook voorbereid wordt op het rijden door de bossen. De stalen rossen lagen naast elkaar, klaar voor de lange kilometers op het water, door plassen en singels. Zij waren lang niet slecht.
De boten waren er niet zonder support. Hij en ik reden met ze mee naar vrijwel elke aangegeven post op de kaart. De zon scheen en als we een half uur in het gras hadden gelegen maakten we ons weer uit de voeten om de boten weer in te halen, om vervolgens weer ergens te gaan zitten tot ze voorbij waren. Zij roeiden zich een ongeluk tegen de wind in, terwijl wij met een lekker drankje en een fotocamera in de zon zaten, wachtend op het spektakel. Blaren gingen open en ruggen werden moe, maar hierna zou iedereen besluiten het volgend jaar opnieuw te doen.
It will not be long before 2009
Goedheiligman is het land nog niet uit of men wordt overspoeld door de knipperlichtjes, franjes en tierelantijntjes voor de kerst. Het straatbeeld is binnen een week drastisch veranderd, maar ten goede.
In ons kleine boeren dorpje hangen de kerstdecoraties al aan de gevels. Elke winkel maakt gebruik van de diep rode kleuren om de boel nog net dat beetje extra liefde te geven. De winkels bieden de beste producten en diensten.
‘’Goede middag mevrouw’, ‘kan ik u ergens mee van dienst zijn?’’ ik snuif even de doordringende parfumluchtjes op en antwoord: ‘Ik zoek kerstcadeaus’. Heel even kijkt ze me aan, hopend op wat meer informatie. ‘Zoekt u cadeaus voor uw familie?’ Ik knik, ‘en voor vriendje.’ Tough one. “ja, het is elk jaar het zelfde liedje, wat zal ik dit jaar kopen?’’ Als een hondje loop ik achter de verkoopster aan als ze me de parfumafdeling wil laten zien waar ze zo trots op is. ‘Hier staan de mannenparfums en hier van de vrouwen, weet u ongeveer wat u zoekt?’ Ik kijk even in het rond, doe alsof ik geïnteresseerd ben. Ik wil eigenlijk geen parfum kopen, maar het is zo sneu om haar zo te laten staan, ik wil alleen originele ideeën. Eigenlijk zou ik willen zeggen dat ik parfum te cliché vind om te geven met kerst. Toch bedenk ik me dat veel dingen cliché zijn: badschuim, boeken, parfum, cd’s, dvd’s etc. tegenwoordig vallen we van onze stoelen als we een staatslot krijgen. Zo afgezaagd. Wat moet ik kopen voor kerst? ‘’ Heb je al wat gevonden?’’, vraagt ze half zwaaiend om me terug in de realiteit te krijgen. ‘eh niet echt, ik denk niet dat ik voor de parfum ga, ik zoek eigenlijk iets origineels’’ Ze kijkt me inhoudloos aan. ‘ik denk ik dat ik al iets weet’ lieg ik. ‘In ieder geval bedankt voor uw moeite’ Ik weet wel dat ze me nakeek toen ik wegliep, ik weet ook wel dat ze me niet geloofde, maar ik weet ook dat het geen parfum wordt dit jaar.
Elk jaar hetzelfde liedje. All I want for Christmas is You. En eigenlijk is dat ook het enige wat ik wil met kerst. Gezellig met elkaar samenzijn. Natuurlijk valt dit ook onder de eeuwige clichés, maar het is wel een fijn gevoel. De cadeaus horen er bij ons ook bij, dus gaan we elk jaar braaf op zoek naar leuke dingetjes. Cadeautjes kopen voor mijn zusje is niet eens een moeilijke opgave, voor mijn moeder kan ik elk jaar ook wel iets leuks vinden, maar voor mijn vader en voor mijn vriendje is het al lastig. Het ligt denk aan het feit dat ze man zijn. Als vrouw weet ik wat mijn moeder en mijn zusje leuk vinden, echter wordt het voor mijn vader al moeilijker ondanks ik al ruim negentien naar met hem in hetzelfde leefmilieu zit. Hij blijft een man, een man zonder hobby’s en boven alles, hij vind dat hij alles al heeft! Zo denk ik er ook over, toch vind ik het leuk om cadeaus te krijgen, dus zal ik ook alles doen wat er in mijn macht ligt om ook voor hem een passend cadeau te vinden. Martijn, mijn vriendje is ook een geval apart, toch weet ik het elk jaar toch weer te presteren, om pas op het laatste moment iets voor hem te regelen. Over regelen gesproken, ik denk dat ik nu net op een origineel gekomen ben. Misschien dat ik hem wel een keer meeneem naar de efteling of iets dergelijks. Of is dit de soft. Iets wat alleen vrouwen leuk vinden om te krijgen van een vriendje, dan andersom. Waar ik zoal een probleem van kan maken. Het enige wat ik van hem wil, is dat hij op kerstavond lekker dicht bij me zit, terwijl we warme chocolade melk drinken en Harry Potter kijken. Het ultieme kerst gevoel. Warmte.
‘’ als je scheel kijkt naar de kerstverlichting zie je nog meer lichtjes!’’ zei ik,alsof ik achterlijk werd. ‘’Het ziet er grappig uit!’’ Hij kijkt me aan en moet zich vast bedacht hebben dat ik weer eens mijn gedachten was verloren. Hij glimlacht, ik ook. ‘’ Blijf je vanavond slapen? ‘’ vraag ik half smekend. ‘’ Misschien wel, maar ik kan ook naar huis gaan, want ik heb wel een groot bed’’ zegt hij plagerig. ‘’ O dan ga ik wel met jou mee!’’ ‘’ Ik hou van jou’’
Wake me up…
De hond ligt met zijn poten in de lucht op de grond. Hij ligt liever op de grond dan in zijn mand. De vloer is warm. De cadeaus liggen te pronken onder de boom. Ja ook dit jaar ben ik erin geslaagd iets leuks voor iedereen te kopen. Nu maar hopen op wat sneeuw, verder lijkt alles perfect!
Waarschijnlijk tot volgend jaar!
Ik wens iedereen een fijne kerst en een geweldige jaarwisseling!
Robin Staal
Faalangst
Dertig minuten tot het tentamen.
Mijn handen zijn klam.
Zelf heb ik het koud en voel me een beetje moe.
Ik voel me een beetje meer afwezig worden bij elke keer dat ik met mijn ogen knipper. Kon ik mijn ogen maar dicht doen, dat vinden ze fijner, dan hoeven ze niet te vechten tegen de zwaartekracht en tegen klaas vaak, die niet tevreden was met zijn werk van gisternacht.
De zuster van de dood zou er ook voor gaan.
Zij vind het fijn als iemand slaapt, ik droom al.
Wakker blijven.
Zenuwachtig.
De zaal waar het gaat gebeuren is licht.
Grote ramen scheiden ons van buiten. Ik ga niet bij het raam zitten.
Naar buiten kijken leidt af van de werkelijkheid.
Na vijf minuten heb ik door dat de examenopgaven er al liggen.
Opperste concentratie vereist.
Zwart.
Wat is het essentiële verschil tussen homo-, hetero-, en autodiegetische vertellers? Of stond er wat anders?
Stilte.
Alleen het gekras van honderd pennen.
Het doet me denken aan de Romantiek.
Aan alles komt een einde, maar nu nog even niet. Was dit maar over. Ik wil weg.
Maar ik weet wel dat dit is als een zonsopgang.
Het komt terug.
Ik zal nog vele malen in zo’n zelfde zaal zitten, om dezelfde belangrijke redenen.
Ik zal elke keer vertrekken.
Nu vertrek ik, mijn genegeerde moeheid slaat weer toe, echter,
het mag nu.
In de wolken
Al vijf keer, las ik dezelfde regen uit mijn boek, al twee keer riep mijn zusje of ik wat wilde drinken, maar al honderden keren dwaalden mijn gedachten af. Alle love-songs lijken op ons te slaan. Dingen om de herinneren, vast te houden en van te houden. Elk detail lijkt terug te gaan naar jou. Zelf het aanblik van een boek, die ik van je moeder kreeg, doet me aan je denken. Er is weinig dat ik zonder je kan. Elk moment dat ik besef, dat waar ik over denk, te maken heeft met jou, doet me realiseren, dat er steeds minder in het leven is zonder jou. Wazig staar ik voor me uit, ik ben degene die alleen aan jou denkt, de personen om me heen moeten nu wel naar me staren. Zouden ze zich afvragen welke belangrijke levensvragen er bij me spelen? Ik schrik wakker uit mijn dagdroom als mijn moeder vraagt, waar ik aan denk. Ik denk nergens aan, ik heb het al meegemaakt. Het is de glimlach om mijn gezicht als ik naar hem kijk, het is de glimlach op zijn gezicht, op het moment we elkaar in de armen vliegen. Het weerzien. Leven op een roze wolk, niet zien wat anderen wel zien. Het niks kunnen zien, maar toch alleen gefocused zijn op hem. Weer een moment van herinneringen.
Het donderblauwe dekbed, ligt over je heen. Je ene arm ligt om het uiteinde van de rechterkant van het deken. Op je zij, met je rug naar me toe, probeer je meer dekens te stelen. Je voeten zijn koud, de mijne ook. Ik leg ze niet tegen je aan. Ik laat je nog wat deken stelen. Ik lig vlak bij je, maar ik kan je nog wel goed zien. Je hoofd ligt nog maar net op het kussen. Ik hoor je langzame, maar regelmatige ademhaling. Ik hoop dat je droomt. Een fijne droom over ons. Ik kan niet slapen, ik kan alleen aandachtig opletten. Ik moet op je dekens letten, op je houding, op je koude voeten, op je ademhaling en op je hoofd nog op het kussen. Mijn lippen tegen je warme nek. Slaap lekker.
'Hallo!' O, sorry. Terug in de realiteit. Mocht ik een moment vinden om een keer van de wolk af te stappen, is het vaak wat regenachtig en minder zonnig allemaal. Meestal volgen de momenten van onzekerheid en spanning. Wat te doen, als mijn wolk voor de zon verdwijnt. Hoe houd ik mijn wolk mijn grote, zachte wolk? Belangrijker is: hoe kom ik erachter in welke staat zijn wolk is? Je weet wat het is met wolken. Je hebt zonnige dagen, waarin je als wolk gewoon voorbij kan zweven. Je hebt als wolk regen dagen, waarin je lekker kunt klagen. Maar je hebt als wolk, soms na de regen geen kracht meer.
Past the point of no return,
Overweldigend was de glimlach van de onbekende vrouw, die ik de weg had gewezen. Het is fijn als mensen ook zo dankbaar kunnen zijn voor de kleine dingen. Nu, in de trein, starend naar een lelijk trein-kunstwerk, valt me op dat iedereen stil is. Ik weet dan men niet stil is vanwege het trein-kunstwerk, bestaande uit krulletjes, strepen en dingetjes die op zaadcellen lijken. Zelfs de conducteur ziet er chagrijnig uit, er komt ook geen vriendelijk gedag vanaf. Weilanden flitsen voorbij als vage groene strepen, nog tien minuten, denk ik, dan ben ik er. De vrouw naast me, lijkt de grootste moeite te hebben met haar Sudoku-puzzel en de vrouw voor me zoekt al tien minuten naar een reeds ongeidentificeerd zwervend object. Zelf ben ik ook niet in de beste stemming, alles zat tegen vanmorgen. Voor de mensen die me kunnen zien schrijven, moet het lijken alsof ik iets nuttigs aan het doen ben. Ik weet dat ze staren, dat is het enige wat ze doen. Ik zou willen dat de morgen anders was verlopen, dat het anders was begonnen.
De reis terug is niet naar deze morgen. Weer zit ik in de trein. Ik realiseer me, dat ik te weinig tijd heb. Er is altijd te weinig tijd. Er zitten nu een hoop mensen met koffers in de trein. De meesten hebben de koffer in de bagagerekken gelegd en net nadat ze weer zijn gaan zitten, bedenken zij zich, dat er iets uit de koffer moet. Iets wat ze eigenlijk nu nog niet nodig hebben. Toch gaat de koffer er weer af, alle sloten, die de koffer veilig maken, moeten open en ook alle inhoud wordt omgewoeld, want wat ze nodig denken te hebben ligt onderop. Nu zijn er nog geen weilanden, die komen over een kwartier pas, maar dan ben ik er bijna, dan ben ik bijna thuis. Er zijn huizen en bomen die de herfst heerlijk lijken te vinden. Ik zie grote bill-boards en een bouwput, de zandbak voor gevorderden, als ergens staat. Mijn haar ziet er niet uit, maar de mensen om me heen lijken dat niet te weten en niet te zien. Men kijkt naar buiten. Ze denken over hun leven en over hun dag. De dag die gemaakt is, door sommigen niet. Hoe dan ook, er is geen weg terug, er is alleen de weg naar huis en de weg naar morgen.
|
|
|
|
|